Quotes van tweetalige kinderen (en vooral de jongste kan er een serieuze draai aan geven)…

Vier jaar geleden zijn we van Antwerpen – in het bijzonder de nogal zware ‘quartier’ van Deurne-Zuid – naar onze heel stille en groene uithoek in de Famenne verhuisd. Een groter contrast was niet mogelijk.
De kinderen waren toen respectievelijk 2 (dochter) en 4 (zoon). Het bleek de ideale leeftijd om de stap te wagen: geen echte binding met vriendjes in Antwerpen en qua taal zijn ze dan nog echte ‘sponzen’. Na een paar maanden was de schroom verdwenen en behielpen ze zich al aardig in hun tweede taal, het Frans.
Nu zijn ze quasi perfect tweetalig: thuis blijven we Nederlands spreken (mijn man en ik blijven ons Molse dialect wel goed onderhouden) en voor de rest spreken de kinderen Frans op school en met hun vriendjes.
Vooral de jongste is een held in het uitkramen van zinsconstructies, die soms een zekere voorliefde voor het vermengen van beide talen herbergen…
Een kleine bloemlezing.

IMG_5229
Nog een laatste stukje show op weg naar huis uit het bos

Ik: Allez, nu gaan slapen, het is al laat. (kusje)
Zij: Mama mama, ik ga nog een liedje zingen voor jou voordat ik ga slapen!
Ik: OK, OK, maar niet te lang…
Zij: (Begint te zingen). Nee nee, niet juist, ik moet recommenceren!

Na een zware verkoudheid was dochterlief voor de eerste dag weer naar school geweest.
Ik: En, hoe was het op school vandaag?
Zij: Ja, wel OK, maar ik moest mijzelf daarstraks in de klas echt obligeren om niet te hoesten!

IMG_5834
Moeder en zoon samen op de foto

Een zondagochtend met croissantjes en pistolets. Mijn man en ik babbelen wat over de dingen in de wereld…
Zij (plots): Goh, wat een geluk dat wìj niet in Donald Trump-land wonen, hé!

Zelfkennis is het begin van alle wijsheid:
Onze dochter is een beetje bang in het donker, dus ’s avonds alleen naar het toilet gaan, vindt ze niet zo fijn.
Ik hou haar hand vast op weg naar het toilet.
Zij: Ik ben bang voor heksen, mama.
Ik: Heksen bestaan niet, schat. Of ja toch, ik ken toch één heks!
Zij (kijkt op met glimlach van oor tot oor): Ik!

IMG_4632
En plots zit daar een Kleine-Heidi-Uit-De-Bergen bij mij in de moestuin met mijn hoed op en handschoenen aan. Ze hielp met wieden, 10 minuutjes toch…

Een zondag op weg naar vrienden in de streek rond Huy via de pittoreske route. We passeren een weide met koeien van het stevige Wit-Blauwe ras.
Zij: Mama, ik heb een heel, hèèl spierballige stier gezien in die wei daar!

Ik had beloofd een gerechtje met gehaktballetjes te maken en onze kleinste mocht helpen ze te draaien.
Zij: Mama, je hebt de ballen-pâte toch uit de diepvriezer gehaald, hé?
Ik: Je bedoelt het gehakt voor de balletjes?
Zij: Ja precies, het gehakt!

IMG_5728
Handje helpen bij het hout zagen

En soms komt er ook gewoon iets uit dat je dag meteen goed maakt.

Een ochtend zwaai je ze uit als ze naar buiten rennen om naar school te vertrekken, en dan draaien ze zich nog een keertje om.
“Dag lieve mama, tot straks!”

Advertenties

Zon, stroom en de herfst

De voorbije week hebben we nog enkele gloriedagen gehad voor de stroomvoorziening van ons huis. Zon met overschot, zelfs zoveel dat ik tegelijk vaatwasser, wasmachine en oven kon laten draaien. De auto heeft ook even in het stopcontact gezeten. Topdagen dus, maar je ruikt het najaar al volop in de lucht.

IMG_5640
Al prima stroomopbrengst om 10u ’s morgens. Jeuj!

Helaas zal het vanaf nu elke dag minder top zijn qua 100% groenestroomproductie. De herfst heeft duidelijk zijn intrede gedaan: veel kortere dagen, bomen in herfsttooi, zon die lager begint te staan, mistige ochtenden, … Prachtige dagen weliswaar, maar we gaan vanaf nu een tandje moeten bijsteken om alles draaiende te houden.
Sinds een paar weken koken we sowieso al op hout. Vooral ’s morgens zouden de inductiekookplaten het systeem kunnen platleggen wegens te weinig licht. En ik geraak echt niet uit de startblokken zonder mijn tasje thee ’s morgens!

IMG_5619
Ochtendmist in onze vallei op weg van school naar huis

Toch heeft ons huis ooit stroomvoorziening gehad. Tijdens opkuiswerken in de berm en aan de hagen hebben we de overblijfselen van dikke, houten elektriciteitspalen gevonden. Toen we het huis kochten, was er ook nog zo’n metalen ‘boompje’ met van die porseleinen isolatoren aan de gevel bevestigd.
Vorig jaar heeft mijn man nog een heel toffe ontmoeting gehad met een meneer (een flinke negentiger!), die in ons huis heeft gewoond toen het nog een goed draaiende boerderij was. Ik spreek over het begin van de Tweede Wereldoorlog! Hij vertelde dat ze toen elektriciteit hadden, en zelfs telefoon. Zo werd hij aan het begin van de oorlog opgeroepen per telefoon om zich bij het station van Beauraing te melden om zijn militaire plicht te vervullen.
Een wandelend geschiedenisboek, en hij reed nog zelf met de wagen!

IMG_5644
Een van mijn lievelingsplekjes in onze tuin. Nu nog mooier met het intreden van de herfst.

In de jaren zestig werd de boerderij verlaten en geraakte ze in verval. Daarna deed ze vanaf de jaren ’80, tot wij ze 16 jaar geleden kochten, dienst als weekendhuis en uitvalsbasis voor de jacht. Een dieselgenerator zorgde voor stroom en dat was het.

Toen we het huis kochten, was het al van bij aanvang de bedoeling dat we hier zouden komen wonen. We zochten dus een oplossing op de lange termijn voor onze stroomvoorziening. Enter (toen nog) Electrabel… Even bellen en vragen hoe dat zit om onze woning weer op het stroomnet te krijgen. De uiteindelijke prijs zou (hou u vast) 220 000€ bedragen! Inderdaad, de toegang tot elektriciteit in België is NIET gratis. En dan nog eens maandelijks beginnen afdokken. Hallo?
We hebben daar eens heel groen mee gelachen. De fun was er even af.

Maar van opgeven was geen sprake, dus staken mijn man en zijn briljante vriend & collega Jo de koppen bij elkaar om een geweldig plan vorm te geven. De eilandsituatie.
Zonnepanelen, batterijen voor de stroomopslag, regelaars, omvormers en een generator als back-up vormen ons ‘stand-alone’ systeem.
Om het heel even nogal technisch uit te leggen: met 18m2 zonnepanelen kan ons systeem 15kW trekken op de batterijen. Met de generator van 10kVa erbij kunnen we een mini-festivalleke in de tuin organiseren.

IMG_5653
Moestuin met herfsthaag

Het komt er dus op neer dat overdag de batterijen worden geladen met de zonnepanelen en dat we donkere periodes (nachten, bewolkte periodes, …) met de opslag in de batterijen overbruggen.
Dat is de ideale situatie. Die houdt echter geen rekening met zwaarbewolkte (winter)dagen, sneeuw op de zonnepanelen, verminderde capaciteit van de batterijen tijdens de winter, … enz. Daarvoor hebben we de hulp van de generator nodig, die tegelijk ons huis van stroom voorziet en de batterijen oplaadt, net als de zonnepanelen doen op de goeie dagen.
Het is echter wel zo, dat we de nachten – zowel zomer als winter – normaal gezien doorkomen puur op de batterijen. Voorwaarde is dat je geen gekke dingen gaat doen, zoals een was draaien bijvoorbeeld, of hout zagen of de strijk doen (er is volgens mij iets mis als je die twee laatstgenoemde activiteiten per se ’s nachts wil gaan doen, maar soit).
Dus je houdt het braaf: koelkast, diepvries, verlichting, eens een toilet doortrekken…

Het vervelende met een generator is dat ie brandstof nodig heeft, vervuìlende brandstof. Een doorn in ons oog. Alhoewel we op jaarbasis veel meer gebruik maken van de zonnepanelen, zoeken we nog naar manieren om het aandeel ‘generator’ zoveel mogelijk te verkleinen.
Zo hebben we een riviertje dat over ons terrein stroomt en denken we aan een turbine om stroom op te wekken. Vorige herfst/winter hebben we echter amper fatsoenlijk debiet gehad door vrij beperkte neerslag. We weten nu nog niet of dit een uitzondering was of het begin van een trend (klimaatverandering???).
Normaal gezien heeft ons riviertje het karakter van een flukse bergstroom tijdens herfst & winter, dus vonden we het een beetje verdacht en bekijken we het voorlopig even.
Heel jammer, want op bewolkte, winterse of mistige dagen zou het ideaal zijn.

Ook al aan biodiesel gedacht, maar dat is blijkbaar ook nogal desastreus voor de regenwouden…

Wind is ook een idee, maar dan zit je met kwesties van omwonenden en ‘esthetiek’ in het landschap. Ook zijn er toch vrij veel windstille dagen en is onze ligging in een vallei niet ideaal.

We blijven zoeken naar een oplossing die ons nog minder afhankelijk maakt van de ‘buitenwereld’.
Suggesties zijn altijd welkom!

Met de koudere dagen hebben we ook minder rendement van de zonneboiler voor warm water en verwarming. ‘Hout’ hoor je me nu zeggen, heel veel hout.
Daar heb ik het een volgende keer nog over.
Nu moet ik naar de kiddies gaan kijken.

Mijn eerste post over… zuurdesem!

Mijn zussen, broer, schoonzus, stiefmama en ik vormen een whats’app-groepje waarin we de gebeurtenissen van de dag, uitspraken van de kinderen, bezorgdheden, grote en kleine plannen, enz… uitwisselen. Er werd een keer geopperd om een blog te starten. Bij deze, de eerste poging:

Gisteren had ik op Instagram (en dus ook Facebook) een kleine Hoera! – belevenis geplaatst i.v.m. het zuurdesembrood, dat zo langzamerhand de goeie kant op gaat. Onverwacht heb ik daar veel leuke reacties op gekregen, gaande van ‘lekker!’ tot ‘mag ik wat desem van je lenen?’.
Omdat dit mijn eerste post is en desem ook een startpunt is voor het brood, vond ik ‘hoe maak ik desem?’ wel een leuk uitgangspunt om te lanceren. Hier gaan we.

N.B.: Het is niet de bedoeling dat ik mezelf tot desem-expert ga bombarderen hier. Dit is gewoon de methode waarmee ik voor mij mooie resultaten bereik. Helaas kan het dus zijn dat bij sommigen, die al jaaaaren zuurdesembrood bakken, de tenen gaan krullen bij bepaalde passages. Het zij zo. Maar ik sta open voor tips en een goeie, constructieve babbel!

Om je eindresultaat – het brood – te bereiken, heb je het juiste gereedschap en een beetje geduld nodig. Jouw brood gaat uitsluitend bloem, water en zout bevatten, dus je gaat de natuur haar gang moeten laten gaan, niks forceren. En dat vraagt tijd.

Om de desem aan te maken gebruik ik een mooie, ouderwetse “weckpot” mèt deksel. Hij moet brandschoon zijn, anders komen er slechte bacteriën in het spel, en we willen er alleen goeie hebben in die pot.
Vanaf nu word je ook een Pietje Precies wat wegen betreft: een weegschaal die tot op een gram nauwkeurig weegt, is een must. Geen gedoe met zoveel eetlepels, zoveel kopjes of een snuifje van dit. Zo gaat er niks meer van kloppen. Voor dit brood moet je je in het keurslijf van de nauwkeurigheid persen, tja…

De kwaliteit van de bloem die je gebruikt, is ook bepalend voor je eindresultaat. Ik heb in het begin allerlei combinaties geprobeerd van rogge- met tarwemeel en rogge met spelt, maar dat leverde op den duur een niet al te frisse boel op. Uiteindelijk bleek dat ik het beste resultaat verkrijg met puur, volkoren roggemeel om de desem aan te maken (waarvoor dank aan weekendbakery.com voor de tips!).
Ik gebruik nu uitsluitend biologisch volkoren roggemeel, dat bovendien lokaal en artisanaal gemalen wordt.

Zit er veel chloor in je kraantjeswater, gebruik dan flessenwater of gefilterd water om je desem te maken. Ik doe dat momenteel ook nog steeds. We zijn namelijk nog niet 100% zeker van de kwaliteit van ons water (geen aansluiting met waterleiding hier in het bos, dus put laten boren) en wachten nog op enkele testresultaten.

Uiteraard moeten de lepel, vork, enz. die je gebruikt om het prakje te roeren, ook heel proper zijn!

Nu gaan we ècht beginnen.

Dag 1:
Plaats je pot op de weegschaal en druk op de tarra/tare knop. Voilà, nul.
We gaan nu desem aanmaken met 100% hydratatie, d.w.z. voor 100 g bloem voeg je 100 g water toe, voor 50 g bloem, 50 g water, voor 75 g bloem, 75 g water.
Simple comme bonjour. Een kind kan de was doen, enz.
Wij gaan 100 g water en 100 g roggemeel met elkaar mengen. 100 g water in de weckpot, weegschaal op ‘nul’ zetten en dan 100 g roggemeel erbij.
Meestal voeg ik eerst het water toe. Ik ben namelijk een beetje lui en giet rechtstreeks uit de fles in de weckpot en dan scheelt het soms een paar gram. Dus, als ik er 102 g of 103 g water in heb zitten, ga ik daar ècht geen 2 of 3 g terug uitlepelen, maar voeg ik gewoon 102 of 103 g roggemeel toe. Die 100% hydratatie moet gewoon kloppen.
N.B.: Deze gemakzucht pas ik niet toe bij het afwegen van de ingrediënten van het brood zelf, anders kloppen de onderlinge verhoudingen niet meer.
Let op: water op kamertemperatuur! Desem houdt niet van kou; zo leg je de boel stil.
Nu roer je alles heel goed om in de pot. Het makkelijkst met een vork, vind ik. Het resultaat is een vrij dikke, droge prak. Top!

Plaats de weckpot met deksel op een plaats waar niemand er tegen kan stoten, met het deksel ietsjes schuin op de pot op een kiertje. Zo kan er zuurstof bij en die hebben we nodig voor de zuurstofminnende bacteriën, die de volgende dagen keihard moeten gaan werken.
Een omgevingstemperatuur tussen de 20 en 25°C is ideaal.

thumb_IMG_0005_1024
Pot met deksel op een kiertje

Dag 2:
Neem je weckpot met prakje en zet ‘em op de weegschaal. Er is nog niet heel veel veranderd, behalve de geur, die iets penetranter is dan gisteren.
Haal er ongeveer de helft uit en voeg er 75 g water en 75 g roggemeel bij. Omroeren met de vork, deksel weer op een kiertje en weer een dag wachten.

Dag 3 tot Dag 5 of 6:
Ga te werk zoals op Dag 2. Naargelang van de reactie van het prakje – soms groeit ie bv. sneller door hogere temperaturen in de zomer – neem ik er meer of minder uit, vooraleer te verversen met water en meel. Doorgaans reikt bij mij het vers omgeroerde desemprakje tot ongeveer 1/4 van de pot.
Vanaf Dag 3 of 4 ga je merken dat er meer en meer luchtbelletjes beginnen te ontstaan in je desem en dat ie begint uit te zetten, te groeien. Echt goed! Dat betekent dat je helemaal op de goeie weg bent.
Ook steeds goed ruiken aan je desem: hij moet fris blijven ruiken. Ik vind het geurtje best lekker, mijn man gaat er bijna van over zijn nek. Ieder zijn meug.

Dag 6 of 7:
Als je merkt dat je mengsel op een goeie halve dag tijd minstens verdubbelt, dan is je desem klaar om brood mee te maken. Je desem hoort ook vol mooie luchtbellen te zitten, zo weet je dat ie heel actief is.

thumb_IMG_0006_1024
Klaar voor gebruik!

Voor recepten kan ik je de site van weekendbakery.com aanbevelen. No-nonsense, duidelijke uitleg, ook met filmpjes erbij. Hun tarwe volkorenbrood en rogge rozijnenbrood heb ik zelf al het vaakst gebakken.
Probeer eerst één soort brood goed onder de knie te krijgen, voordat je een ander probeert. Ik ben zelf ook nog druk lerende!

Wat je desem zelf betreft, zet hem direct in de koelkast nadat je ervan gebruikt hebt om je voordeeg te maken. Ververs je desem ’s ochtends als je bv. ’s avonds je voordeeg wil maken. Dan krijg je een mooie, actieve desem. Steeds verversen met de 100% hydratatie-methode!
Als je je desem geregeld gebruikt en dus ververst, kan je hem een eeuwigheid gebruiken. Ik gebruik mijn desem 1 tot max. 2 keer per week.
Onververst blijft ie toch een tweetal weken goed in de koelkast; drie weken vind ik zelf echt de uiterste limiet, dan begint het toch moeilijk te worden.
Helaas gebeurt het soms dat je je desem moet weggooien. Door omstandigheden niet tijdig kunnen verversen, enz.
Schimmelvlekken in alle kleuren van de regenboog, onaangename, scherpe geur, …
Weggooien en opnieuw beginnen. Je leert elke keer weer bij!

Voilà, dat was het desemverhaaltje.
Volgende keer iets anders, over brandhout, of omheiningen voor schapen en tegen everzwijnen of zo. Of over paracommando’s-in-spe die zich bij ons komen verstoppen voor ‘de vijand’ en meer van dat fraais.

Saluuut!